P&ID upgrade volledige plant
Procesveiligheid
Na een HAZOP-review bleek dat de bestaande PFD’s op een Seveso-site te weinig detail boden om veilig te exploiteren en wijzigingen beheerst door te voeren. Prohead Engineering vertaalde die aanbeveling naar een volledig traject: digitaliseren in AutoCAD Plant 3D, veldverificatie en uitwerking tot eenduidige, as-built P&ID’s die aansluiten op de gangbare klantconventies én de relevante P&ID-normen.
Over de case
Context:
Tijdens een HAZOP op een Seveso-site bleek dat de bestaande PFD’s te weinig detail boden voor veilige exploitatie, wijzigingsbeheer en audits. Prohead Engineering heeft de PFD’s gedigitaliseerd in AutoCAD Plant 3D en na veldverificatie uitgewerkt tot as-built P&ID’s. De gangbare klantgebruiken in nomenclatuur en symboliek zijn maximaal geïntegreerd en geharmoniseerd met EN ISO 10628, EN ISO 20560 en ANSI/ISA-5.1.
Methodiek:
Fase 1 – GAP-analyse. We beoordeelden alle brondocumenten ten opzichte van de feitelijke installatie en de bovenvermelde normen. Daarbij maakten we vroegtijdig afspraken over hoe de bestaande klantnomenclatuur wordt gemapt op de P&ID-afspraken, zodat de uiteindelijke tekeningen herkenbaar en eenduidig zijn voor operatie en onderhoud.
Fase 2 – Sitebezoek en detailopname. In het veld hebben we lijntracés, tie-ins, klepstanden, instrument-hook-ups, relief-routes, utility-aansluitingen en interlocks systematisch opgenomen. We verifieerden mechanische equipment en uitrusting met tagnamen en aansluitmaten, alle aanwezige kleppen en identificaties, procesleidingen inclusief groottes en isolaties, lijnnummers met leidingklasse en diameter, luchtopeningen en afvoeren, en we markeerden slope en spec breaks waar de leidingklasse wijzigt.
Fase 3 – Tekenen in AutoCAD Plant 3D. De PFD’s zijn opgewerkt tot volledige P&ID’s met het vereiste detailniveau. De tekeningen tonen equipment met tag en nozzle-aansluitmaat, leidingen met lijnnummer, class en DN/ND, alle kleppen met unieke ID en symbool, alle instrumenten met tag en functiecode, basic control loops (bijv. LIC/PIC/FIC) en de relevante interlocks, evenals lucht-aanzuig/ontluchting en drain/vent-punten volgens de afgesproken labeling.
Tagging:
We hebben de tagging centraal uitgewerkt en geborgd. De tagstructuur voor equipment, leidingen en instrumentatie sluit aan op de bestaande plantcodering en volgt de gekozen P&ID-conventies. Line-ID’s bevatten klasse en diameter, instrument-tags sluiten aan op de loopbenaming, en interlocks en basic control loops worden consistent gerefereerd tussen P&ID, lijsten en — waar van toepassing — onderhouds- of veiligheidsdossiers. Door deze uniformisering blijven lijntracés, tie-ins, klepstanden, instrument-hook-ups, relief-routes, utility-aansluitingen en interlocks één-op-één terug te vinden in zowel de tekening als de bijhorende tag- en lijnlijsten.
Nazorg:
Na oplevering beheren we de P&ID’s as-built via een afgesproken wijzigingsproces. Updates gebeuren op verzoek of periodiek, met gerichte walk-downs zodat interlocks, loops, lijnklassen, slope en spec breaks blijvend overeenstemmen met de werkelijke installatie.