EN ISO 14119 vs. EN 1088 — blokkeerinrichtingen gekoppeld aan afschermingen
Machineveiligheid
EN 1088 maakte plaats voor EN ISO 14119, met een modern kader voor interlocks, manipulatiepreventie en serieschakeling. Dit artikel vat de belangrijkste verschillen en valkuilen samen — inclusief wat je wél en níet mag verwachten qua haalbare PL.
EN 1088 is vervangen door EN ISO 14119. De norm geeft principe-eisen voor blokkeerinrichtingen gekoppeld aan afschermingen, met scherpe aandacht voor manipulatiepreventie, juiste keuze/plaatsing en serieschakeling (“fault masking”). De 2024-editie voegt o.a. een normatieve Annex J toe over fault masking bij serieschakeling.
Typen interlocks:
- Type 1/2: mechanisch (niet-gecodeerd/gecodeerd)
- Type 3/4: contactloos (niet-gecodeerd/gecodeerd, bv. magnetisch/RFID)
- (2024) Type 5: trapped-key interlocking (voorheen apart behandeld)
Let op: het type bepaalt niet de PL. PL e vereist normaliter redundante architectuur (Cat. 3/4) met voldoende DC en MTTFd. Met één enkel interlock (enkelvoudig kanaal) haal je geen PL e.
Gecodeerde interlocks (manipulatie-weerstand):
De norm onderscheidt laag/medium/hoog gecodeerd. Hogere codering = moeilijker te omzeilen. Ranges zoals 1–9 / 10–1000 / >1000 zijn praktische richtlijnen uit fabrikantdossiers, niet bindende normtekst — kies het niveau op basis van je risicoanalyse en verwachte manipulatie.
Guard-locking & geforceerd openen:
Magnetische vergrendelingen zonder mechanische haak kunnen, mits de uittrekkracht aantoonbaar voldoet. Na forceren moet herinschakelen zó ingericht zijn dat onveilig snel herstarten niet kan (bv. vertragings-/inhibietfunctie); een vaste 10-min-regel is geen norm-eis, maar wordt soms als voorbeeld gebruikt.
Serieschakeling & “fault masking”:
Bij serieschakeling kunnen fouten gemaskeerd worden. Oplossingen: individuele kanalen, veilige bus, of interlocks met diagnose; de gekozen oplossing beïnvloedt DC en dus de haalbare PL. Zie Annex J (2024).
Verantwoordelijkheid fabrikant (anti-manipulatie):
Ontwerp zodanig dat omzeilen niet nodig is voor gebruik/onderhoud:
- Beperk toegang tot schakelaar/actuator, verberg of afscherm ze;
- Vermijd substituten (bv. losse “vork”) via unieke/gecodeerde actuators;
- Beperk demonteerbaarheid (lassen, klinken, lijmen);
- Monitor/test in de besturing (testcycli, foutdetectie).
- De norm biedt een overzichtstabel met maatregelen per situatie.
Zelden geopende afschermingen:
Voor zelden geopende deuren is periodiek testen verplicht; de besturing moet dit bewaken en bij uitblijven veilig stoppen.



